- Oudste bronnen
- Minamoto Yoshimitsu
- Densho, Shareiroku and Eimeiroku
- Takeda Shingen
- Takeda Katsuyori
- Takeda Sokaku
- Saigo Tanomo
- Ueshiba Morihei
- Hakko Ryu
- De stichting van .....
- Tony Berkmans
Historische schets
De studie van de geschiedenis van het Ju-Jutsu maakt ons duidelijk dat deze vorm van zelfverdediging zijn roots niet had in Japan. De japanners hebben echter wel deze gevechtstechnieken bestudeerd, herzien, gezuiverd en samengevoegd, waarna ze werden aangepast aan de praktijk en vervolgens wereldwijd verspreid.
Bij alle volkeren kende men destijds het systeem van het vechten met de blote hand. Voor het gevecht op afstand maakte men meestal gebruik van wapens zoals bv pijl en boog. Voor het gevecht van man tot man werden zwaarden, lansen, dolken en knotsen gebruikt.
Bij het vechten met de blote hand werden verschillende methodes toegepast, zoals het slaan met de hand, de elleboog of de vuist en het stampen met de voet of knie. Ook hefboomtechnieken om mekaars ledematen te breken werden gebruikt. De aanvallen waren steeds gericht op de vitale en weke delen van het menselijk lichaam.
Door keizerlijke wetten was de wapendracht voor het gewone volk verboden. Hierna bekwaamde het volk zich meer en meer in het vechten met de blote hand.
De invloeden die een rol gespeeld hebben in de ontwikkeling van deze gevechtstechnieken, kunnen als volgt worden samengevat:
Het SHINTOÏSME, dat grotendeels de nadruk legde op:
- beheersing
- bezinning
- losmaken van het aardse
De BUSHIDO of de erecode van de samoerai.
Het shintōïsme en de bushido vormden de grondslag van de levenshouding van het Japanse volk, een volk verbonden met de natuur en met de keizer.
Men heeft documenten teruggevonden in een Tibetaans klooster die handelen over gevechtstechnieken. De Tibetaanse monniken zouden een grote bedrevenheid gehad hebben in speciale massagetechnieken. Deze zijn mogelijk overgewaaid uit India en mettertijd uitgegroeid tot gevechtstechnieken.
In het noorden van China zouden in de Shaolin kloosters de monniken een vorm van turnen beoefend hebben, waarbij zij zich spiegelden aan bewegingen van verschillende diersoorten zoals onder andere de bidsprinkhaan, de slang, de tijger...
Geschriften over deze toestanden zijn er niet, maar volgens de overlevering mag men aannemen dat daar enkele honderden variëteiten van boxen en vechten met de blote hand uit ontstaan zijn. Wij spreken nu over het jaar 495.
Langzaam groeide er uit deze massages en turnoefeningen bepaalde grepen en worpen, dienstig om aanvallers uit te schakelen, zonder gebruik te maken van wapens.
Op bevel van de Japanse keizer werd in het jaar 720 nc de geschiedenis van Japan ter schrift gesteld. In deze kronieken maakte men reeds melding van tornooien die gehouden werden in het jaar 230 v.Chr. Deze krachtcompetities worden door vele geschiedkundigen beschouwd als het begin van het "sumo", het Japanse worstelen. Er zijn verhalen in omloop geweest die Ju-Jutsu in verband brengen met het sumo, doch het authentieke bewijs ervan wordt nergens vermeld.
Feit is dat er verschillende scholen bestaan hebben voor diverse krijgskunsten. Er zijn levensbeschrijvingen teruggevonden van de stichters van deze verschillende scholen.
Naar de bron:
Een van de oudste en eerste Japanse disciplines om met de blote hand gevechten te leveren, naast het gebruik van de wapens is de Daito Ryu.
Volgens de laatste bronnen dateren de instructie manuscripten van bepaalde "secret martial arts" van de Kamakura periode. Het ontstaan van de Daito Ryu wordt toegeschreven aan de Minamoto Yoshimitsu
(d 1120) ook genoemd Yoshitsune.
Minamoto Yoshimitsu

Deze gevechtskunst werd gedurende eeuwen bedreven door de Minamoto-clan alvorens deze door de Takeda familie werd overgenomen, en gedeeltelijk voor de militaire clan van de Aizu.
Daito-ryu wordt gelinkt met de 6de zoon van Keizer Seiwa, Prins Sadasumi (9 de eeuw) .
Yoshimitsu, een briliant tacticus en strateeg was bedreven in vele gevechtskunsten. Hij was tot de ontdekking gekomen dat de handen en polsen, onbeschermd zeer kwetsbaar zijn.
De technieken die zich hierop toelegde noemde hij : Daito-Ryu Aiki-jutsu. Daito, naar de naam van zijn eigendommen.
Daito-Ryu Aiki-jutsu : het ontstaan en zijn geschiedenis :
Algemeen wordt aanvaard dat Shinra Yoshimitsu Minamoto (1057-1127 ), 3de zoon van Minamoto Yoriyoshi en 5de generatie afstammeling van de Japanse keizer Fujiwara Seiwa (van de Minamoto dynastie) de schepper is van deze gevechtskunst. Dit is terug te vinden in documenten, die nog steeds in het bezit zijn van de Takeda familie .
Densho, Shareiroku and Eimeiroku

De technieken werden in het grootste geheim overgedragen aan de familieleden,die op hun beurt les gaven aan de strijders van de clan. Deze traditie duurde tot het midden van de 20ste eeuw.
Uit documenten is gebleken dat Minamoto Yoshiniyo (zoon van Minamoto Yoshimitsu) verhuisde naar de provincie Kai (naast het huidige Tokyo ,in 1087) en daar de clan naam Kai genji Takeda aannam. Hiermee werd de Takeda clan geboren .
Na 1087 zijn er verschillende bronnen, manuscripten die de namen van de Minamoto clan vermelden, waaronder die van zijn vader Yoshimitsu, zijn oom Yoshiie en zijn grootvader Yoriyoshi. En dit vooral in literatuur uit de Japanse Heian periode.
Historisch wordt Japan na het ontstaan van de eerste hoofdstad Nara ingedeeld in:
Nara 710 – 794
Heian tot 1195 een periode van keizerlijke macht
Kamakura tot 1333 het leidershap van de Shoguns
Ashikaga tot 1392
Muromachi tot 1572
Momoyama tot 1603 tijdens deze laatste drie waren er voortdurend interne oorlogen om de macht
Edo tot 1867 verval van de Shogun en herstel van de keizerlijke macht
Meiji tot 1912 begin van het modern Japan (industrieel en sociaal)
Yoshimitsu en zijn broer blijven in het geheugen gegrift als zeer meedogenloos en wreed in hun technieken. Tijdens de oorlog in Gosannen (1053-1087) voerden zij dissecties uit op de lichamen van gesneuvelden. Met deze verworven kennis inzake de ligging en het verloop van zenuwen, spieren en beenderen verbeterden zij hun techniek. In onze streken werd de anatomie van de mens pas 500 jaar later vastgelegd door Vesalius (1515-1564).
Een speciale vermelding in de geschiedenis van de Takeda clan: Takeda Shingen (1521-1573) die vooral vecht in dienst van Shogun Ashikaga en geen enkel veldslag verloor, wordt later vermoord tijdens een reis naar de hoofdstad.
Takeda Shingen (1521\1573)

Volgens historici was dit het einde van de Muromachi periode en het begin van de nieuwe clan shoguns van Tokugawa .
Een andere heroïsche strijd is de oorlog van Nagashino (1575), dit is het einde van de "bushido" zelf. Yeiyasu Tokugawa zetten voor het eerst vuurwapens in waardoor 15 000 ruiters, de trots van de Takeda clan volledig afgeslacht worden. In 1582 volgt de invasie van de provincie Kai en valt de laatste vesting van de Takeda clan.
Na deze nederlaag pleegt Takeda Katsuyori (1534-1582) samen met heel zijn familie "seppuku ", rituele zelfmoord .
Takeda Katsuyori (1534 \1582)

Takeda Shingens’ laatste wilsbeschikking was dat zijn neef Takeda Kunitsugu verhuisde naar de provincie Aizu . Daar schenkt lord Moriuji Ashina (trouw aan Shogun Ashikaga) hem land en een kasteel waardoor de familie tradities in gevechtskunsten verder gezet kunnen worden. Als dank geven de Takeda’s enkel nog les aan de hoogwaardigheidsbekleders van de Aizu clan.
Pas in 1664, bijna een eeuw na de nederlagen van de Takeda’s wordt er terug openlijk les gegeven in gevechts- en aanvalstechnieken.
Documenten van 1674 vermelden een groot aantal dojo’s die les geven aan de Aizu clan.
De voornaamste zijn: 5 zwaard en 2 jujutsu scholen (de befaamde Mizu-no-Shint-ryu en Shinmyo-ryu)
22 zwaard scholen (kenjutsu) 16 jujutsu scholen, 16 scholen voor vuurwapens, 6 scholen boogschieten (kyujutsu), 4 speer (sojutsu en naginatajutsu ) …
Hierna volgen er 250 jaar van relatieve vrede en isolatie van de rest van de wereld.
Dit was de oorzaak van het uitbarsten van de Boshin oorlog in 1868. De Takeda clan bleef de Shoguns steunen onder het gezag van de Aizu clan in de strijd tegen de keizerlijke Meiji dynastie.
Het was tijdens deze oorlogsperiode dat Takeda Sokaku (1860-1943) werd geboren. Zijn vader Takeda Sokichi (1830-1905) afstammeling in rechte lijn van de Takeda familie had hem echter heel de tijd verborgen voor de vijandelijkheden .
De laatste van de Aizu shinamban Takeda no Kami Minamoto Soemon (1758-1853) , had twee zeer voorname studenten. Takeda Soyoshi, zijn kleinzoon, en Saigo Tanomo (1830-1905), de minister van Aizu Han hoofd van het Shirakawa kasteel.
In 1868, toen de keizer de macht terug bekwam werd Soyoshi terechtgesteld als leider van het verzet.
Saigo werd Shintopriester aan het heiligdom van Nikko Toshugu. Hij veranderde zijn naam in Hoshina. Toen Soyoshi in 1875 stierf, riep Saigo Takeda Sokaku, de jongere broer van Soyoshi, naar het heiligdom om samen de Minamoto-traditie voort te zetten.
Sokaku Takeda ,de laatste der ouderwetse krijgers.
Enkele van zijn voornaamste studenten waren : ministers, generaals, admiraals, rechters, zakenmensen, politieagenten …zoals : Matsuda Hosaku, Takuma Hisa Yoshi Sagawa, Yamamoto Kauyoshi, Kodo Horikwa, Morhei Ueshiba, Ryuho Okuyama en vele andere .
Op basis van het Daito-Ryu Aikijujutsu-consept zullen zij andere scholen oprichten waaronder Aikido, Hapkido, Hakko-Ryu en Shorinji-kempo de voornaamste zijn .
Takeda Sokaku, (1860\1943)

Een kort overzicht van zijn bewogen leven:
Sokaku Takeda werd geboren in 1860 in Aizu (de huidige Fukushima prefectuur). In een land van heldhaftige samoerai behoorden deze Aizu-krijgers tot de meest gevreesde. De hele provincie vormde een "schatkamer van de krijgskunsten".
Vanaf het moment dat Sokaku leerde lopen ontving hij onderricht in zwaardkunst, speervechten, jujutsu en sumo van zijn buiten gewoon strenge grootvader Soemon en zijn vader Sokichi. Zij schroeiden zijn vingers als hij de techniek niet snel genoeg leerde.
In zijn tienerjaren zwierf hij van oefenruimte naar oefenruimte, meer onheil stichtend dan een voorbeeld van toegewijde leerling. In 1875 stierf Sokaku’s oudere broer plotseling. De jonge zwaardvechter kreeg de opdracht terug te keren naar Aizu om de overgeërfde functie van Shinto priester op zich te nemen. Om de beginselen van dit ambt te leren werd Sokaku naar de eminente geleerd-krijgskunstenaar-priester Saigo Tanomo gestuurd .
Saigo Tanomo bleek tevens de laatste te zijn die nog in staat was om de geheime oshiki-uchi technieken van de Takeda clan te onderrichten .

Tanomo, de belangrijkste adviseur van de Aizu edelen, was een van de weinige functionarissen die er bij de Aizu leiders op aandrong geen verzet te plegen tegen de nieuwe Meiji regering .
Tanomo had zijn kennis in eerste instantie overgedragen aan zijn, volgens sommige illegaal, geadopteerde zoon Shiro (1872-1923). Shiro’s talent trok later de aandacht van Jigoro Kano, die de jonge krijgskunstenaar onmiddellijk aanwierf voor de zojuist opgerichte Kodokan Judo oefenruimte.
In 1887 werd er een open wedstrijd gehouden tussen de vertegenwoordigers van de oude en de nieuwe jujutsu-stijlen. Shiro gebruikte technieken die hij vanTanomo had geleerd, versloeg zijn forse tegenstander en won zo de slag voor Kano’s groep. Kano en ook Tanomo zagen in Shiro hun opvolger. Shiro had de kwaliteiten van een tweede Morihei. Maar in 1891 besloot Shiro om redenen die alleen hijzelf kende, te stoppen met de beoefening van zowel oshiki-uchi als van judo. Hij vlucht naar Nagasaki om zich te wijden aan journalistiek, politiek en Japans boogschieten .
Uiteindelijk liet Tanomo zijn keus vallen op Sokaku.
Sokaku bracht zijn jeugd door als "straatvechter ". Hij was betrokken in honderden gevechten op leven en dood, waar regels ontbraken .
In 1880 nam Sokaku zijn studie weer op bij Tanomo in de Toshogu Tempel te Nikko .
Pas in 1889 onderwees Tanomo aan Sokaku de laatste oshiki-uchi technieken en overhandigde hem volgende vers als een soort diploma :
Mensen alom, besef dit ! Een stromende rivier, door jou getroffen, laat geen sporen in het water. |
Tussen 1899 en 1915 ontmoet Sokaku Morihei. Hij zal 20 jaar (1915-1936) zijn meest toegewijde leerling zijn. Morihei bouwde een dojo en een huis voor Sokaku op zijn eigen grondgebied en nodigde de meester uit om er te onderrichten. In 1936 richt hij zijn eigen school "Aikido" op . Niemand begrijp waarom Ueshiba Morihei uiteindelijk brak met zijn meester Sokaku na 20 jaar totale trouw. Sommige kronieken vermelden een meer dan gezonde belangstelling van Sokaku voor de vrouw van Ueshiba.
Ueshiba Morihei (1883\1969), founder of Aikido

Ook al was Sokaku onmiskenbaar een buitengewoon krijgskunstenaar en zeker een van de meest getalenteerde budoka aller tijden, zijn karakter was niet altijd even hoogstaand. Hij was humeurig, ijdel en arrogant. Eveneens gaf hij blijk van een buitensporige trots vanwege de vele tegenstanders die hij had neergesabeld. Maar hij was als de dood voor hun geesten, die hem, naar hij zelf zei ‘s nachts kwelden.
Na de dood van Sokaku in 1943, wordt hij opgevold door zijn derde zoon Takeda Tokimune (geboren 7/10/1916 ).
HAKKO (DENSHIN) RYU:
(The Spine of a Dragon)
Okuyama senior is in 1901 te Yamagate prefecture geboren en overleed op 26 november 1987 in het Obitsu Sankei hospitaal in Saitama, Japan.
Hij doorkruiste heel Japan, tot en met Okinawa en studeerde in verschillende Ryus (scholen,systemen).
Tevens studeerde hij onder sensei Sokako Takeda in Kyoto de Daito Ryu en maakte zich verder meester in de stijlen Itto Ryu (zwaard technieken, So Jutsu, Kyu Jutsu en Jo Jutsu).
In diezelfde tijd studeerde Okuyama de oosterse geneeskunde en was ook een tijd als priester verbonden aan de Boedistische Shintoísche Haguro shugendo sekte. Uit deze kennis en uit zijn godsdienstige levenshouding, ontwikkelde hij een gevechtskunst, die "doeltreffend, praktisch en menslievend" was.

Soke Ryuho Okuyama 1901-1987
In 1941 vestigde hij de basis voor de Hakkoryu, Juke So Honbu, en noemde zijn systemen "Hakkoryu".
De basisopleiding Hakkoryu is gebaseerd op "Katas"en is 4-delig: Shodan, Nidan, Sandan en Yondan.
Elke kata bevat talrijke "waza" (technieken) en moet goed begrepen worden wil men de basistechnieken beheersen. De katas zijn opgebouwd volgens een logisch verband, de waza volgen één voor één op elkaar, dit verband is ontwikkeld tot een samenhangend geheel.
Hakko-Ryu is één van de meest populaire originele en traditionele Ju-Jutsu stijlen buiten Japan aan het worden.
Het was Mr. Okuyama's bedoeling de filosofie van de Hakko-Ryu te laten aanvaarden als een gemeenschappelijk doel bij de mensen over de hele wereld. Om dit doel te bereiken heeft Mr. Okuyama reeds een zeer grote afstand van de zo lange weg afgelegd en dat tijdens die zeer turbulente periode.
Meer dan 1.000.000 mensen beoefenden de Hakko-Ryu in Omiya en nog andere internationale scholen over de gehele wereld. Miljoenen hebben op één of andere manier door geschriften, demonstraties en/of gesprekken al kennis gemaakt met de Hakko-Ryu Ju-Jutsu.
Hakko (achtste licht) was de naam die Mr. Okuyama wel doordacht gaf aan zijn stijl. Deze filosofie houdt in dat er 8 kleuren zijn in het zonnelichtspectrum. Zeven van deze kleuren zijn onderdanig aan het rood, wat de geheime kracht inhoudt van de Hakko-Ryu Ju-Jutsu.
Deze zeven kleuren, zijn zeer zwak in samenstelling, echter krachtig in uitwerking.
Het rood zoals hier gebruikt symboliseert het land van de rijzende zon: Japan.
De achtste kleur, het purper, ontwikkelt en creëert echter de zeven andere kleuren en is daardoor eens zo krachtig als de andere kleuren samen. Purper is eveneens de kleur van de trouwheid en het vertegenwoordigd tevens de hoogste eer in Japan.
De drie hoofdkenmerken van Hakkoryu zijn: Niet uitdagen - Geen weerstand bieden - Geen lichamelijke letsels toebrengen.
De naam " Hakko Denshin " wordt vertaald als "het hart van het achtste licht " of "toegewijd aan de geest van het achtste licht". Dit verwijst naar HAKKO RYU, school van het achtste licht .
Na het overlijden van Shodai Soke Okuyama Yoshiharu, erfde zijn zoon de titel Nidei. Onder de leiding van Nidei Soke werd het Hakko Ryu systeem meer op kunst gericht en minder op de zelfverdediging .Echter sinds het einde van de tweede wereld oorlog, is de Japanse cultuur veel minder gewelddadig. Daarom is de noodzaak naar zelfverdediging sterk verminderd. De hedendaagse Japanse beoefenaars van krijgskunsten leggen vooral de nadruk op de studie van het nationaal en cultureel karakter van de "kunst" , en niet meer op de eventuele toepassing in de strijd op het slagveld of in de straat.
In de huidige Westerse cultuur, de Europese en de Amerikaanse is nu interesse bij zowel de burgerbevolking als bij het politiekorps in zelfverdediging. Uit deze gedachtegang is het Hakko Denshin Ryu ontstaan.
Tevens viseert men zich op de vitale plekken van het menselijk lichaam. In 1997 werd HakkoDenshin Ryu opgericht onder de vereniging KoKoDo Renmei.
KoKoDo Renmei werd gesticht op 5 augustus 1997 door Hakko Ryu Shihans van over de ganse wereld.
Heden wordt KoKoDo Renmei geleid door 2 verantwoordelijken Soke Garcia en Soke LaMonica.
Een laatste niet onbelangrijk feit dat het vermelden waard is: in 1989 werd de club Naikikõ Kai te Turnhout opgericht onder de leiding van Kaidan Shihan Tony Berkmans.
| |||||||||||||||
Het embleem van de Hakko DenShin Ruy zijn vier ruiten ("takemon" teken). Het geheel staat voor stabiliteit, waakzaamheid en veelzijdige ontwikkeling. Naikikõ Kai, de clubnaam betekent " innerlijke kracht".
Heden heeft Tony Berkmans de technische Coördinatie van : Tony is door Kokodo Renmei aangesteld als verantwoordelijke voor België.
| |||||||||||||||
| |||||||||||||||

