‘De Sterke Baby’
Over Zenboeddhisme en Zazen
![]() |
Voorwoord:
“Als je je gewicht erin legt, als je je zwaar maakt, gaat die klem veel beter zitten; je word ‘sterk’ door je gewicht te gebruiken. Denk maar eens aan hoe ‘sterk’ een baby is…. Neen?… draag een baby van hier tot aan de kerk en je arm doet pijn. De baby legt al zijn gewicht in de schaal, hij laat zich hangen waardoor jouw arm belast wordt.”
Met deze les leerde ik Shihan Tony Berkmans kennen. Hij sprak deze woorden tijdens de eerste training die ik van hem kreeg nadat de ju-jutsu- club van Mol zich aansloot bij de Hakko Denshin Ryu. Dit is één van de stromingen binnen de gevechtskunst die ju-jutsu is. Dat moet in 2003 geweest zijn; het jaar dat ik er terug mee startte; na dit reeds een jaar te hebben gedaan in het seizoen 2000-2001.
Ik ben deze eerste les nooit vergeten omdat ik ervoer dat het een wezenlijk onderdeel is van de ju-jutsu; maar niet alleen hierom. De manier waarop ik me ‘zwaar maak’ leerde ik niet in de jujutsu lessen maar tijdens mijn opleiding tot psychotherapeut. Wat de Shihan zwaar maken noemde, was voor mij tot dan bekend als ‘me leeg maken’; als gaan staan op het kruispunt waar ik mijn ervaringen voel stromen en me kan verplaatsen in hoe het voor de ander is…. Lachend tijdens één van de seminaries noemde ik het ‘gewaarworden door te staan op dit kruispunt’ wel eens ‘the force’…. “may the force be with you…” sloot ik de les af…. Ik noemde het toen al grappend ‘the force’ – ‘de kracht’…. Later zou ik leren dat ik hierdoor veel ‘forser’ een klem kan zetten, meer controle kan uitoefenen.
Ik maak me zwaar, leg mijn gewicht in de klem door ‘te zakken’, dit zowel letterlijk als figuurlijk. De figuurlijke betekenis legde ik hierboven al uit; maar ik zak dus ook letterlijk. Dit doe ik door enerzijds uit te ademen en anderzijds m’n spierspanningen op te heffen. Hierdoor ‘zakken’ bijvoorbeeld mijn schouders letterlijk, waardoor ik meer gewicht in de schaal leg… zoals de baby. Ik zou kunnen zeggen dat de baby geen last heeft van (neurotische) spierspanningen.
Denkend aan een onderwerp voor m’n schriftelijk werkje, onderdeel voor het behalen van de shodan-graad, kwam steeds bovenstaande gebeuren, en de link met mijn therapeut zijn, in me op. Hoe kon ik hiermee aan de slag. Wat met Japan linkt me aan m’n ervaring? Al snel vond ik ze. Want het ‘leeg maken’, wat mij ook zwaarder maakt, is het streefdoel tijdens de meditatie van de Zenboeddhisten… en is dit niet één van de religies in Japan? Jawel !
Ik doe in dit werkje dus een uitéénzetting over het Zenboeddhisme en probeer in het bijzonder me te richten op de manier waarop gemediteerd wordt, om mogelijke overéénkomsten met mijn ervaringen te zoeken. Ik probeer door dit werkje meer inzicht te krijgen in dit onderwerp.
Ik wil tot slot van dit voorwoord vermelden dat het me daarom niet automatisch lukt m’n gewicht te leggen in de klemmen. Ik ben me bewust van de wijze waarop ik het zou kunnen, maar dien me steeds sterk te concentreren.
Met dit uit te schrijven besef ik dat ik hierover sinds die eerste les nog maar weinig info en feedback vroeg aan m’n sensei’s en shihan. Ik neem me hierbij dan ook voor om dit in de toekomst meer te doen.
Het Zenboeddhisme:
Wat is de link met het Boeddhisme?
Het Zenboeddhisme is één van de scholen van het Boeddhisme, dat zelf uit Indië afkomstig is. Zodra het onderricht van Boeddha in de rest van Azië verkondigd werd, heeft het zich aan de verschillende culturen aangepast. Het kwam aan in China, waar het 'chan' genoemd werd, en later in Japan, waar het 'zen' werd. Tegenwoordig is het Boeddhisme in drie grote sektes verdeeld - Theravada, Tibetaans en Mahayana. Het Zenboeddhisme is een Japanse Mahayana-school. De filosofie is dezelfde voor alle boeddhistische scholen, maar vooral het Zenboeddhisme legt grote nadruk op de zazenhouding (zie verder).
Wat is de filosofie van het Boeddhisme?
Uitgangspunt van het boeddhisme is dat het leven lijden is, waar ziekte, ouderdom en dood onlosmakelijk verbonden zijn. Het hechten aan het leven en de begeerte vormen het fundament van het lijden en het is de kunst om zich daaraan te ontworstelen en zodoende aan de kringloop van het lijden te ontsnappen. Gautama Siddhartha (= de stichter = Boeddha) wordt dan ook niet voor niets "de Verlichte" genoemd.
Hoe is het Zenboeddhisme ontstaan?
Het zenboeddhisme komt voort uit het Mahayana-boeddhisme dat in China tot grote bloei kwam en in 525 n.Chr. in Japan geïntroduceerd werd en in de 12e eeuw vaste voet aan de grond kreeg. Het Zenboeddhisme werd naar Japan gebracht door twee monniken, Eisai en Dogen. Het Zenboeddhisme was in eerste instantie de leer van de Boeddha als verkondigd in China door de Indiase wijsgeer Bodhidharma, zoals het door de reeds bestaande taoïstische boeddhisten werd geïnterpreteerd. Bodhidharma is traditioneel de 28e patriarch in de lijn van Indiase patriarchen die tot het Zenboeddhisme in China leidde.
Zijn er verschillende zen-stromingen?
De belangrijkste zenscholen zijn op dit moment Rinzai en Soto, beiden oorspronkelijk uit China. Hoewel de verschillen moeilijk uit te leggen zijn, zou men kunnen zeggen dat de Rizai-school meer de nadruk legt op "zazen", zittend mediteren, en dat de Soto-school meer de nadruk legt op "koan", raadsels. Een befaamd raadsel is wat het geluid is van één hand die klapt.
Wat betekent het woord ‘Zen’?
- Zen is een Japans woord. Het komt van het Chinese Tj'an (of chan), wat weer komt van het Sanskriete Dhyana, wat meditatie, mediteren betekent. Zenboeddhisme betekent dus meditatieboeddhisme. Zen werd ooit woe-wei-boeddhisme genoemd. Woe-wei betekent letterlijk niets doen of niet-handelen in het Chinees. Bedoeld wordt niets tegen de draad in te doen, niets te veroorzaken, en vooral niet onbedoeld ergens van het tegendeel op te roepen. Want als je het ene voortrekt, raakt het andere onherroepelijk achtergesteld.
Welke ideeën zitten achter het Zenboeddhisme?
Het zenboeddhisme heeft in de loop der eeuwen een grote invloed op het geestelijk leven van de Japanner uitgeoefend. Het is geen echte godsdienst want stelt zich niet de vraag of er een god bestaat of niet. Door het Zenboeddhisme te beoefenen verdwijnt de scheiding tussen wie men denkt te zijn en wie men werkelijk is. Lichamelijke en geestelijke discipline wordt verkregen door meditatie.
Zen is dus geen religie of filosofie, maar een oefening om los te komen van de beperkingen van het denken en zo het dagelijks leven anders te ervaren. Het doel is dan ook het leven zonder vooroordelen of conditioneringen te ervaren.
Vanaf de 7e eeuw wordt ook in het Zenboeddhisme het belangrijkste begrip de enkelvoudigheid, non-duality, in het sanskriet a-dvaya = niet-twee, in het Chinees woe-hsin = niet-denken = no-mind. Bedoeld wordt niet-vooringenomen en niet-dualistisch te denken - dat men op de werkelijkheid moet reageren niet denkend, maar als een spiegel. A-dvaya is het van tevoren weten dat het bestaan één en niet twee is. A-dvaya is het vooraf weten dankzij het blootleggen van de intuïtie, door het afleggen van alle veronderstellingen, dat het bestaan één is, dat er geen andere twee zijn dan deel en geheel, geen andere twee dan teller en noemer. Het woord "leegte" dat daarbij hoort is meta-taal, zoals wanneer wij in één taal over een andere taal spreken: we proberen met dat gewoon woord iets onuitsprekelijks uit te drukken. De a-dvaya, de non-duality, terug naar de enkelvoudigheid, terug naar de werkelijkheid:
Het land waar het nooit warm of koud is, is waar ik in de zomer zweet en in de winter bibber.
Het is pas warm wanneer u in gedachten de koude erbij haalt. Het is pas koud wanneer u in gedachten de warmte erbij haalt. De zomer is niet "op zich" warm. Zelfs niet wanneer wij zweten. Het wordt pas warm wanneer wij in gedachten de winter, wanneer wij in gedachten de koude erbij halen. Wanneer de zomer er is, dan is de winter er toch niet? Ze zijn er alleen tegelijk in onze gedachten, in ons denken, in onze subjectieve herinneringen en verwachtingen, maar niet werkelijk. Wij vergelijken dus iets werkelijks met iets onwerkelijks. Wij bedenken steeds dingen die er niet zijn om te bepalen wat er wel is. En deze dualiteit, deze dualiteit van wat is en niet is, van wat zo is en niet zo is, die in de Chinese filosofie zoveel aandacht krijgt - denk maar aan Yin en Yang en de inspanningen die men zich getroost om deze twee in evenwicht te brengen - is de dualiteit die men in het Zenboeddhisme tracht te doorbreken naar de conceptuele leegte, naar het Ene erachter.
1.Het zazen:
'Zen is geen redenering, geen theorie, geen idee. Het is geen wetenschap die men begrijpt met het verstand. Het is enkel en alleen beoefening; zazen.' Taisen Deshimaru (1914-1982)
Wat is ‘zazen’?
Er zijn verschillende vormen van mediteren. Zazen is er één van, het is een vorm van zittend mediteren.
Hoe zazen?
Om te zazen zit je op een rond, dik kussen (zafu), met gekruiste benen in de lotus- of halve lotushouding. Het bekken is naar voor gekanteld, zodat de knieën op de grond drukken. Vanuit deze basis strek je de ruggengraat. We drukken met onze knieën tegen de aarde en met de top van ons hoofd tegen de hemel. De kin is ingetrokken, de nek gestrekt en de schouders zijn natuurlijkerwijs ontspannen. De ogen zijn halfgesloten, en de blik rust een meter voor je uit op de grond. De linkerhand ligt op de rechterhand, met de palmen naar boven. De duimen raken elkaar in elkaars verlengde, met een lichte druk, en de zijkanten van de handen, die op de bovendijen liggen, zijn in contact met de onderbuik, ongeveer drie vingers onder de navel. Elk detail van de houding heeft een diepe betekenis. De verschillende lichaamsdelen zijn onderling afhankelijk en beïnvloeden elkaar. De houding biedt een grote stabiliteit. Onbewust en natuurlijkerwijs stoppen we met te handelen vanuit de wil of het ego, en kunnen we onze boeddhanatuur terugvinden. Tijdens zazen is de ademhaling rustig en komt ze tot een traag, krachtig en natuurlijk ritme. De uitademing is lang en diep. De inademing is korter en komt vanzelf. Deze trage, kalme en diepe uitademing veegt de ingewikkelde geestestoestanden weg. De geest wordt helder, als een wolkenloze hemel. Net zoals de ademhaling enkel maar uit een juiste houding kan voortkomen, vloeit de geestelijke houding uit een diepe concentratie op de houding en de ademhaling.
Wat gebeurt er met me als ik aan het zazen ben?
In zazen trekken de beelden, de gedachten, de hersenspinsels die uit het onbewuste opduiken voorbij, als wolken aan de hemel, en verdwijnen ze vanzelf. Zonder persoonlijke gedachten te onderhouden, verschijnt het hishiryo-bewustzijn, dat denken en niet-denken overstijgt. Het is de terugkeer naar de oorspronkelijke geestestoestand. Door de zazenbeoefening komen de hartfuncties en de ademhaling op orde, en reageren de hersenen wel op stimuli maar komen ze heel snel terug naar het juiste ritme voor zazen (de zogenaamde trage alfa- en thetagolven), waardoor er geen stress meer ontstaat. Benadrukt wordt wel dat zazen zonder doel of einde is en het persoonlijke belang ver overstijgt. De zen legt het accent op het altruïstische aspect van de beoefening. Zazen wordt beoefend om en met alle wezens, en alle bestaansvormen beoefenen met ons. Zazen beïnvloedt het hele wezen, lichaam en geest. Door een regelmatige beoefening, wordt je eigen begrip van het leven dieper. Dit begrip wordt dan in al onze dagelijkse handelingen weerspiegeld.
Zitten en mediteren is de beoefening van zazen. De zenmeditatie is geen speciale meditatietechniek. In de zen betekent 'mediteren': zijn geest hier en nu, op elk ogenblik, concentreren op de lichaamshouding, op elke uitademing en op elke uitademing, terwijl men bewegingloos zit.
En buiten het zazen?
Ons dagelijks leven is onophoudelijk één en al beweging: bewegen van hier naar ginder, van thuis naar het werk, van het werk naar de winkel, van de winkel enzovoort. En onze geest beweegt mee als een lenig dier. In het oosten wordt hij wel eens vergeleken met een aap, die onophoudelijk van gedachte tot gedachte gaat. Zazen is terug tot rust komen. Zazen is de tijd nemen om tot rust te komen: voor lichaam en geest, met lichaam en geest. In zazen worden we één met onze geest, met de geest die tot rust gekomen is: met onze ware natuur. Zazen beoefenen is terugkeren naar onszelf. Niet op een egoïstische manier, maar in de betekenis van terugkeren naar de essentie van onszelf.
Als in elke daad in je leven de geest dezelfde blijft als tijdens zazen, zijn je handelingen vanzelf juist. Zoals in zazen kun je helemaal aanwezig zijn in het moment, in het volle hier en nu. Je verstand is vredig, zonder ingewikkeldheden, zonder berekeningen, zonder angst. Het egoïsme vermindert en je volgt de stroom van het leven vanzelf. Zo wordt je relatie met de anderen gemakkelijker en doorzichtiger. Het mededogen manifesteert zich en de wijsheid verschijnt. Je kunt naar het essentiële gaan en het leven wordt eenvoudig. Zazen is de volwassen levensvorm. Het is het ware geluk, de authentieke vrijheid.
Ode aan zazen
Hakuin(Japan 1686-1769)
Alles wat leeft is in diepste wezen Boeddha.
Het is zoals water en ijs:
Zonder water is er geen ijs,
Zonder levende wezens zijn er geen Boeddha's.
Hoe jammer dat mensen datgene wat dichtbij is niet kennen
Zij zoeken de waarheid ver weg.
Zij zijn als mensen die roepen dat ze dorst hebben
Terwijl ze omgeven zijn door water.,
of als kinderen van rijke ouders
die lopen te dwalen onder de armen.
De oorzaak van wedergeboorte in de zes werelden,
is de duisternis van onze onwetendheid.
Wij lopen van het ene donkere pad in het andere;
Wanneer zullen wij ooit ontsnappen aan geboorte en dood?
De zen-beoefening van de Mahayana
kan niet genoeg geprezen worden.
Het volgen van de leefregels
en andere deugden en heilzame daden,
alle vinden hun oorsprong in zazen.
Zelfs de verdienste van iemand die slechts één keer zit,
is voldoende om ontelbare zonden uit te wissen.
Waarom zijn er dan al die duistere paden
als het Zuivere Land zo dicht bij is?
Eindeloos geluk zal hem te beurt vallen
die door een gelukkig toeval
dit onderricht horen,
het waarderen en zich erin verheugen.
En nog veel meer die zich volledig daaraan wijden
en inzicht krijgen in hun Eigen Aard.
De Eigen Aard is Leegte(Shunyata),
verheven boven alle denken.
Oorzaak en gevolg zijn een en hetzelfde.
De weg is noch twee- noch drievoudig.
Vorm is niet-vorm
Komen en gaan zijn geen tegenstellingen
Het denken is niet-denken
en het gezang en de dans zijn uitingen van de dharma.
Het uitspansel van samadhi strekt zich tot in het oneindige,
en de volle maan van de vier wijsheden schittert alom!
Wat kan men nog meer wensen
als het Nirvana zich openbaart
wij zijn in het Land van de Lotus
en wijzelf zijn de Boeddha's.
3. het Zenboeddhisme in België:
Terwijl het zenboeddhisme in bakermat Japan is uitgeblust, groeit de aanhang in Nederland en België. Zen beantwoordt aan de behoefte van velen om het leven een context te geven. Het Zenboeddhisme is een van de Boeddhistische stromingen die vanaf de jaren zestig aanhangers verwierven in Europa en ook in België en Nederland. Al zo'n veertig jaar zijn er in ons land groepen die zenmeditatie beoefenen. Urenlang wordt er bewegingloos in stilte gezeten. Ook de filosofisch/religieuze inzichten van zen zijn populair en de aan zen verwante kunstvormen zoals het bloemschikken, de theeceremonie, boogschieten of zwaardvechten. Deze populariteit van zen staat in schril contrast met het enthousiasme voor het zenboeddhisme in Japan, het land van herkomst van de meeste zengroeperingen in België. De Westerse interesse voor zen, die niet verklaard kan worden vanuit een doorgegeven Japans enthousiasme, is begrijpelijker wanneer een blik wordt geworpen op de religieuze landkaart van Europa. Het monopolie dat de christelijke kerken lange tijd innamen, heeft plaatsgemaakt voor een veelheid van religieuze stromingen. Mensen gaan niet meer naar de kerk, maar dat betekent niet dat ze niet meer religieus zijn. Mensen willen zin geven aan, of de zin vinden van, hun leven. Dit doen zij door alle ervaringen en gebeurtenissen die ze meemaken in een groter geheel te plaatsen. Binnen dit grotere geheel wordt het leven als goed en de moeite waard ervaren. Dit grotere geheel kan religieus van aard zijn, maar dat hoeft niet. Er zijn ook tal van niet-religieuze antwoorden op de vraag naar de zin van het leven. Onderzoek toont aan dat een succesvol religieus pad vier belangrijke kenmerken heeft. In de eerste plaats geeft het toegang tot religieuze ervaringen. Daarnaast is de reflectie op de ultieme vragen van het bestaan van belang: Waar komen we vandaan? Waar gaan we naar toe? Wat is rechtvaardig en goed en hoe zit het met het tragische en het lot? Een derde belangrijk kenmerk zijn de rituelen en de concrete aanwijzingen voor het eigen handelen. Ten slotte is er het aspect van gemeenschap van belang.
Het zenboeddhisme zoals zich dat op verschillende plekken in het Westen ontwikkelt, komt tegemoet aan al deze aspecten. Het lange en regelmatige mediteren is een religieuze ervaring op zichzelf. Niet de leer of het geloof, maar de eigen ervaring is het uitgangspunt. De begeleiding van een leraar of lerares die vanuit de eigen ervaring zicht heeft op wat de leerling meemaakt, is de gids. Ook de reflectie op de uiteindelijke vragen van het bestaan is belangrijk in zen. Vaak zijn deze vragen het onderwerp van de toespraken die tijdens meditatiedagen worden gehouden. Ook wordt de leerling aangemoedigd om te mediteren op dergelijke vragen. Antwoorden worden niet gegeven, elk mens kan slechts zelf zijn eigen antwoord geven volgens zen. Aan de behoefte aan rituelen wordt eveneens voldaan. In het zenboeddhisme zijn rituelen belangrijk. Daarnaast worden er aanwijzingen gegeven hoe te leven. Respect voor alle levende wezens is zo'n aanwijzing. En ook dat je alles wat je doet, met zoveel mogelijk aandacht doet. Nog weer een andere leefregel is het niet vergiftigen van het eigen lichaam door gebruik van alcohol of drugs. Alhoewel de nadruk ligt op het 'zelf gaan van de weg', is ook de gemeenschap belangrijk. Deze vormt het bredere kader om de eigen weg te kunnen gaan. Er wordt samen gemediteerd en met elkaar vorm gegeven aan een religieuze oefening die op den duur de hele levenswijze omvat.
Nawoord:
Met het maken van dit werkje kwam ik inderdaad gelijkenissen tegen tussen het zoeken naar rust tijdens het zazen en het mezelf leegmaken, zwaar maken, zoals ik het beschreef in m’n voorwoord. De focus ligt, volgens mij, bij beiden op het zich concentreren op de ademhaling en het ‘nu’. Door niet bezig te zijn met wat was, had kunnen zijn of mogelijk komen gaat, ben je bezig met wat nu is. De Zenboeddhisten zeggen dat hier harmonie, evenwicht te vinden is. Dit evenwicht (oa. tussen lichaam en geest bij het benoemen ervan ben ik al dualistisch maar anders kan je er niet over praten denk ik: onze taal is dualistisch) kan er ook voor zorgen dat je meer controle hebt over de bewegingen die je maakt en de mate waar je het gewicht van jezelf wenst te leggen. Zo kom ik waar ik begon; bij m’n eerste les: “Leg je gewicht erin”. Niet zo éénvoudig mag wel blijken; maar eens onder de knie, mijns inziens, als een zegening.
Karel.
Persoonlijk Werkje Van Karel Lievens Onderdeel Van Het Examen Tot Het Behalen Van De Shodan-graad In De Hakko Denshin Ryu
