hakko denshin ryu


Hakko Denshin Ryu

het kader van verweerkunsten

2008 - Wouter Janssen

Inleiding

Dit document geeft een korte analyse van de plaats van het Hakko Denshin Ryu binnen het scala aan verweer- en verdedigingskunsten of –sporten welke vandaag de dag bekendheid genieten en welke vele wereldwijde beoefenaars tot hun schare kunnen toeschrijven. Elke verweerkunst heeft zijn eigen basis die vaak vanuit een bepaalde invalshoek is geïnspireerd. Die invalshoek wordt vaak ingegeven door aspecten van culturele, spirituele, geografische aard of tijdsgeest waarin de kunst tot stand is gekomen of is verder uitontwikkeld. Uiteraard geldt dit ook voor het Hakko Denshin Ryu, een verweersysteem en –kunst die relatief jong is, maar welke haar basis ver in de Japanse krijgsgeschiedenis terugvindt. Deze invalshoek is een belangrijk gegeven voor de beoefenaar, aangezien kennis van deze invalshoek een ingang geeft tot een sterkte-zwarkte analyse ten opzichte van de toepassing en beoefening van de kunst, maar ook een kader kan geven voor plaatsing of beoordeling van nieuwe inzichten die op de weg van de beoefenaar passeren. Dit document claimt geenzins volledigheid van inzichten, hetgeen inherent onmogelijk is bij een scala dat als niet-limitatief kan worden beschouwd, maar heeft als doel een basis-inzicht te verschaffen en de lezer eventueel andere zienswijzen te verschaffen in zijn/haar eigen analyse op dit onderwerp. Het is geschreven als onderdeel van mijn Shodan examinatie Hakko Denshin Ryu in 2008.

 

Taxonomieën

Verweerkunsten zijn op verschillende manieren onder te verdelen. Enkele onderverdelingen worden onderstaand toegelicht. Het moet worden opgemerkt dat een stricte scheiding tussen de tegenpolen meestal niet kan worden gemaakt. Veel systemen zijn niet links of rechts, maar situeren zich tussen deze polen en leggen nuances. Het is echter nutig om op basis van tegenstellingen tot een situering te komen.

Gewapend of ongewapend

Verweerkunsten maken al dan niet gebruik van wapens of uitsluitend van de natuurlijke wapens. Dit is een beslissing, die vanuit de basis van de verweerkunst wordt gemaakt, echter, is deze beslissing vaak niet zwart-wit. Veel ongewapende kunsten incorporeren toch voor de gevorderde beoefenaar het gebruik van wapens, hetzij vanuit de verwerende insteek (“hoe verweer ik me tegen aanvallen met een bepaald wapen”), hetzij door de beoefenaar basis-gebruik van bepaalde wapens aan te leren. Ditzelfde geldt voor gewapende disciplines (die technieken aanleren zonder wapens), in de wetenschap dat de beoefenaar soms ook ongewapend kan zijn in de discipline en zich ofwel moet kunnen verweren ofwel toegang tot het wapen moet kunnen verschaffen en hiervoor tijd nodig heeft. De meeste systeen zijn zowel gewapend als ongewapend, waarbij er normaliter een nadruk op één van de twee ligt. De keuze om wel of niet (on)gewapende technieken in het systeem op te nemen is vaak een gevolgtrekking van de basis-beslissing of de kunst een focus heeft op het “sport” element of het “kunst” element. Zie hiervoor de volgende subsectie. Ook is er een verschil in gewapende kunsten op vlak van het type wapens dat wordt gehanteerd. Betreft het klassieke wapens of moderne wapens. Stokken en messen zijn van alle tijden, echter, bepaalde wapens zijn buiten sommige kunsten in onbruik terwijl andere (nieuwere) wapens juist op straat bij conflicten worden gehanteerd.

Sport of Verweer?

Bij elk verweersysteem af te vragen of de essentie van het systeem geënt is op toepassing binnen een sportief/competitief systeem of voor pure (zelf-)verdediging. Hierbij moet worden opgemerkt dat een derde dimensie in deze tweedeling ook doorslaggevend is: of er nadruk ligt op pure fysische ontwikkeling of ook op de mentale ontwikkeling (persoonlijkheid of spiritueel). Sportieve systemen geven in de regel ruimte voor competitie. Dit houdt in dat er een krachtmeting kan plaatsvinden tussen verschillende beoefenaars om uiteindelijk een rangorde te bepalen van competente toepassing van technieken in het systeem, maar ook binnen de kadres van het systeem zelf. Dit houdt in dat er wedstrijdregels zullen bestaan waarin wordt vastgelegd volgens welke criteria wordt gemeten welke beoefenaar “wint” en “verliest” en dat de te gebruiken technieken zijn beperkt ofwel opgelegd volgens dit reglement. Aangezien het meerendeel van beoefenaars van verdedigingskunsten en –sporten in de huidige maatschappij blessures als niet-wenselijke bij-effecten beschouwt, zal in een sportief systeem een beperking worden gelegd op de technieken die mogelijk letsel tot gevolg kunnen hebben of technieken die moeilijk zijn te controleren / gradueel toe te passen tijdens competitie. Een loutere toewijding aan deze competitie-vorm zal dan leiden tot een verarming van de kunst.

Destructief of niet-destructief

Verdedigingssystemen zijn ook te verdelen naar de aard van de technieken dat wordt toegepast. Bepaalde technieken zijn bedoeld om fysieke schade toe te brengen aan de tegenstander, waarbij de veroorzaakte schade is bedoeld om de tegenstander – tijdelijk of gedeeltelijk - uit te schakelen ofwel pijn te veroorzaken aan de tegenstander waardoor de tegenstander afziet van verder aanvallen. In het laatste geval zal de pijn worden veroorzaakt door de fysieke schade die is toegebracht aan de tegenstander. Niet-destructieve systemen hebben tot doelsteling dat pijn wordt toegebracht aan de tegenstander waardoor wordt afgezien van verdere aanvallen, waarbij – in principe – de tegenstander geen blijvende schade oploopt. De essentie is dat de tegenstander wordt gecontroleerd door gedoseerde toepassing van pijnprikkels, die hun uitwerking verliezen van zodra de technieken worden losgelaten. Bovenstaand wordt de nuance “in principe” toegepast, omdat ook in niet-destructieve systemen het toebrengen van langdurigere of permanente schade tot de mogelijkheden blijft behoren. Het principe van doseren van pijnprikkels wordt toegepast om context afhankelijk te beoordelen of langurige schade nodig is ter persoonlijke verdediging.

Historisch of niet-historisch

De populariteit van verdedigingskunsten is groter dan ooit. Daar waar door de films en media een grote aanwakkering van Oosterse kunsten zagen in de jaren ’70, is na een daling de interesse vandaag de dag weer gestegen door diverse redenen. Er is vandaag meer keuze aan gevechtskunsten en –sporten dan ooit tevoren, dus de diversiteit van de bereikbare systemen is toegenomen. De meeste Oosterse disciplines zijn historische systemen ofwel systemen die historisch van oorsprong zijn. Elk systeem evolueert door de tijd. Dit gebeurt omwille van verbeteringen, aanpassingen vernieuwde inzichten enz. Bepaalde kunsten splitsen af van oorspronkelijk historische systemen. Dit betekent vaak niet een wijziging van de filosofie en de toepassing, maar kan bijvoorbeeld plaatsvinden omwille van een ander inzicht, de benadrukking van andere onderdelen in het bestaande systeem of omwille van politiek. Vandaag zien we met name ook nieuwe systemen ontstaan die zich toeleggen op ofwel puur toepassing op straat ofwel toepassing in een superklasse wedstrijden boven de klassieke individuele verdedigingssystemen, te weten het ‘free fight’. Terwijl de eerste categorie een toespitsing is op zelfverdediging, is het laatste een systeem waarin wordt getraind voor full-contact wedstrijden waarin een kleine beperking wordt aangehouden voor wat betreft de te gebruken technieken. Vaak zien we in deze systemen een combinatie van technieken uit andere verdedigingskunsten en zijn de ervaren beoefenaars mensen die hun sporen ook reeds verdienden in de traditionele verdedigingskunsten. Bij historische systemen is de interne component groter dan bij niet-historische systemen. Dit houdt in dat zaken als eer en ethiek als filosofische ondergrond verder worden uitontwikkeld bij beoefening. Ook wordt bij de beoefening een grotere nadruk gelegd op levenshouding, ingesteldheid, persoonlijke en persoonlijkheids-ontwikkeling. Uiteraard spelen tradities in deze systemen ook een rol en zijn ook een peiler die aan de basis van de kunst staat.

Trap/Stoot of greepsysteem

Klassiek worden vecht- of verdedigingssystemen onderverdeeld naar de type technieken die worden gebruikt. Ook in deze onderverdeling is de wereld niet zwart-wit, maar is de nadruk op de tegenpolen eerder een schaalwaarde dan een absolute waarheid. Wel kan een duidelijk onderscheid worden gemaakt voor de meeste kunsten, bijvoorbeeld jiu jitsu, judo, aikido enz enerzijds en karate, muy thai, kickboxing, taekwondo anderzijds. Gecombineerde systemen zijn ook bekend, echter, zien we in de praktische beoefening toch veelal de nadruk gelegd op één van de twee. Er worden ook wel de volgende drie gevechtszones onderscheiden.

  1. Safety Zone. De afstand tussen twee personen waarin geen technieken kunnen worden toegepast
  2. Out-Fighting Zone. De afstand waarin wel technieken mogelijk zijn, maar door middel van lange-afstandstechnieken (slagen, trappen)
  3. In-Fighting Zone. Weinig afstand tussen personen, waardor slagen en trappen moeilijk mogelijk zijn en de tegenstanders zich op enkele centi- of decimeters van elkaar bevinden

Trap- en stootsystemen zijn in hoofdzaak geënt op de Out-Fighting Zone, terwijl greep-systemen eerder in de In-Fighting Zone werken. Het spreekt voor zich dat de ideale situatie de Safety Zone is (waarin geen van de partijen elkaar direct kan aanvallen en waarin overzicht het gemakkelijkst is te bewaren) Naast het type technieken dat ter hand wordt genomen door de beoefenaar, wordt ook een keuze gemaakt naar het type technieken waartegen wordt verdedigd (dus waarmee de aanvaller zou aanvallen). In de regel zien we dat in “sport”systemen de aanvalstechnieken een afspiegeling zijn van de technieken die de verdediger gebruikt (bijvoorbeeld boksen, judo, ..), terwijl bij systemen die zich meer toeleggen op zelfverweer de aanvallen van allerhand kunnen zijn.

 

Plaatsing van Hakko Denshin Ryu

Gegeven eerderbenoemde onderverdelingen, op welk vlak bevindt zich Hakko Denshin Ryu?

Oorsprong

Hakko Denshin Ryu Jiu Jitsu is een stijl van Jiu Jitsu die in de vorige eeuw is ontstaan op basis van verschillende jiu jitsu systemen die zowel qua ontstaan als hun technieken vele eeuwen geleden hun oorsprong vinden. De meeste jiu jitsu systemen vinden hun oorsprong en wijdverbeide toepassing in het feodale Japan onder de kaste van de samoerai. De samoerai gebruikten vormen van greep- en klemsystemen om zich ook ongewapend te kunnen verweren tegen tegenstanders. Deze oorsprong is o.a. in het Hakko Ryu nog terug te vinden in de vorm van kledendracht, rituelen en gebruik van bepaalde klassieke wapens zoals de katana, korte en lange stok. Meer informatie hierover in de studie en trainingsgids van Hakko Ryu Ju Jutsu.

Technieken

Het Hakko Denshin Ryu Ju Jutsu is een greep-systeem, waarin verdediging tegen een diversiteit van aanvallen wordt aangeleerd. De onderliggende essentie van de meeste aangeleerde technieken (en daarmee ook de filosofie 3van het systeem) is dat er zo min mogelijk kracht moet worden gebruikt bij het uitvoeren van de technieken. De effectiviteit van de technieken is niet een afgeleide van de kracht waarmee de techniek wordt uitgevoerd. Ook wordt ‘zachtaardigheid’ betracht in de technieken, hetgeen we bovenvermeld als ‘niet-destructief’ hebben bestempeld. Dit houdt in dat elke aanval zijn antwoord krijgt vanuit het Hakko Denshin Ryu, maar dat kwesturen bij de tegenstander worden vermeden. Dit kan door de aanval van de tegenstander te begeleiden ofwel te anderszins te doen stoppen en de tegenstander vervolgens te controleren. Dit kan bijvoorbeeld door toepassing van klemmen of drukpunten, hetgeen tijdelijke pijn veroorzaakt en niet (per sé) permanente schade. Zachtaardigheid moet dan ook zeker niet foutief geïnterpreteerd worden als ineffectief of pijnloos naar aanvallers toe.

Persoonlijke verdediging

Het Hakko Denshin Ryu is een niet-competitieve verdedigingskunst. Dit houdt in dat er geen wedstrijden worden georganiseerd of er mag worden getrained op competitie-elementen. Deze keuze maakt dat het systeem aan technieken en intenties puur blijft en niet wordt beperkt door regels die de effectiviteit van de individuele technieken zou verminderen. Het systeem is niet-destructief, hetgeen past in de hedendaagse opvatting van persoonlijke verdediging. Hieruit blijkt duidelijk haar jonge geschiedenis. Daar waar enkele eeuwen geleden zelfverweer een kwestie was van leven en dood en de toepassing van destructieve technieken in de bredere zin van het woord acceptabel waren in deze context, wordt het gebruik van geweld en de aard ervan tegenwoordig geregeld door nationale wetgeving. Deze nationale wetgeving houdt weliswaar rekening met de omstandigheden waarin geweld wordt aangewend in het kader van persoonlijke verdediging, maar is zeer beperkend in het toepassen geweld die permanente schade, invaliditeit of de dood tot gevolg hebben. Dit betekent dat het systematisch aanleren van destructieve technieken ook een risico zou inhouden voor de beoefenaar in geval deze de technieken toepast in een situatie waarin geweld wordt toegepast. Immers als er bij verdediging permanente schade aan de aanvaller wordt toegebracht, deze verdediging vanuit wettelijk standpunt als overdadig kan worden beschouwd en daarmee mogelijk strafbaar. Elke martiale kunst is van oorsprong ontworpen om geweld te gebruiken, beantwoorden of tebeheersen. Indien we willen weten in hoeverre een systeem effectief / doeltreffend is voor hetgeen ze ontworpen is, moeten we kijken naar de kans dat de gebruikte technieken of principes toepasbaar zijn in aannemelijke situaties. Over aanvallen in de praktijk en de daarbij gebruikte typen technieken is weinig bekend, aangezien hierover nauwelijks statistieken bestaan. Over aanvallen tegen politiemensen is echter iets meer bekend, aangezien de FBI statistieken verzamelt en jaarlijks publiceert4 van geweld dat werd gebruikt tegen politiemensen. Er moet worden opgemerkt dat de waarde van statistieken altijd moet worden genuanceerd vanwege de kwaliteit van registratie, verwerking van basisgegevens en conclusies op basis van deze basisgegevens. Ook zijn er culturele verschillen tussen landen, is de aard van de werkzaamheden en blootstelling van politiemensen anders dan die voor burgers en kunnen resultaten nooit direct worden doorgetrokken naar andere situaties. Er is echter wel degelijk relevantie en juist omdat voor deze populatie wel informatie is verzameld, is het mogelijk iets te analyseren op vlak van gangbare aanvallen. Uit de overzichten van 2007 blijkt ten eerste dat bijna 80% van alle aanvallen tegen politiemensen aanvallen betreft met natuurlijke wapens (handen, voeten etc). Dit onderstreept het belang van verweer tegen natuurlijke wapens bij martiale kunsten in het kader van zelfverweer en het lijkt redelijk een extrapolatie te maken naar burgers en te veronderstellen dat enerzijds de blootstelling aan mensen die intentioneel geweld gebruiken lager is en anderzijds de kans wellicht kleiner is te worden geconfronteerd met mensen die intentioneel geweld willen gebruiken en zich hiervoor wapenen. De kans is dus reëel dat het percentage van aanvallen met natuurlijke wapens bij burgers veel hoger ligt. Om een verdere analyse te kunnen maken naar occasioneel geweld en dit tegenover verdedigingskunsten te plaatsen, is het zinvol een diepere anlyse toe te passen,w elke wederom beschikbaar is via de FBI. De statistieken van geweld tegen politiemensen in de periode tussen 1978 en 2000 is verder uitgewerkt ook naar typen aanvallen enz. Hiervan is een heldere analyse opgemaakt / ge-extraheerd uit de originele documenten5, welke we hier kunnen gebruiken. Onderstaande tabel 6is hiervoor de basis.

Als we de de analyse van Rick Clark van bovenstaande gegevens volgen, dan zien we dat de kans dat een percussieve aanval (slag of stoot) wordt gegeven rond de 13.65% lag en dat veruit de meeste aanvallen duwen, grepen, klemmen en worstelingen betrof. Deze uitkomsten zijn soms verrassend gezien vaak wordt verondersteld dat een slag of stoot sneller kan worden uitgedeeld. Als we uitbovenstaande zouden destilleren dat de meest voorkomende aanvallen duwen, grijpen, slaan en trappen betreft, dan zou het zinvol zijn te verwachten dat een verdedigingskunst de nodige technieken en principes in huis heeft hierop te verdedigen en antwoord te geven. Verder doortrekkend naar Hakko Denshin Ryu, kan worden gesteld dat het Hakko Denshin Ryu een variëteit van technieken en uitwegen geeft voor elk van de eerder benoemde aanvallen en dat ze voldoende veelzijdigheid heeft om elke van deze vormen of afgeleiden te kunnen beantwoorden. Rekening houdend met het niet-destructieve karakter van een groot aantal van bovenstaande aanvallen, is het veelal gewenst de verdediging niet-destructief in te zetten. Ook verdediging tegen verschillende gewapende aanvallen (mes, stok, lange stok, zwaard) wordt meegenomen in het systeem, hetgeen hoger inzet op de kansen verweer te kunnen bieden tegen willekeurige aanvallen.

Bibliografie

 

2008 - Wouter Janssen